15/09/2026

De correctionele rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde heeft een man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar wegens verkrachting en poging tot doodslag. Daarna blijft hij 5 jaar ter beschikking van de strafuitvoeringsrechtbank. Zowel de verkrachting als de poging tot doodslag vonden plaats in Temse, op twee verschillende vrouwelijke slachtoffers. Dankzij DNA-onderzoek konden beide feiten aan dezelfde dader worden gelinkt. 

Feiten 19 januari 2024

Op 19 januari 2024 werd een vrouw op haar step in Temse achtervolgd door een man op een step. De man trok de vrouw van haar step en sloeg haar. Hij probeerde haar ook te wurgen. Toen de vrouw zich probeerde weg te draaien, stond de man ineens recht en was hij weg. De vrouw kon nadien een beschrijving geven van de verdachte. Uit medisch onderzoek bleek dat de vrouw meerdere verwondingen had opgelopen. 

Op de handschoenen van het slachtoffer werden DNA-sporen van de aanvaller aangetroffen. Op 26 januari 2024 werd een opsporingsbericht op verschillende mediakanalen verspreid. 

Feiten 4 juni 2026

Op 4 juni 2024 werd in Temse een vrouw verkracht. De vrouw werd door de dader van haar fiets geslagen en daarna op een agressieve manier verkracht. In het struikgewas vond de politie nadien een open en gesloten condoomverpakking en tabaksblaadjes, waarop DNA-sporen van de verdachte werden aangetroffen.

Op 6 juni 2024 volgde een oproep in het programma ‘Faroek’. Als gevolg hiervan ontvingen de onderzoekers heel wat tips, waaronder ook van andere politiezones. Eén van die politionele tips leidde naar de beklaagde. Er werd bij hem een DNA-staal afgenomen, dat overeenstemde met het DNA op de aangetroffen tabaksblaadjes. Ook zijn GSM-signaal was gecapteerd op de plaats van de feiten.

DNA-onderzoek linkt beide feiten aan dezelfde dader

De onderzoekers merkten gelijkenissen op tussen de feiten in januari en juni 2024. Uit verder onderzoek bleek dat het aangetroffen DNA-staal van de verdachte van de feiten van 19 januari 2024 overeenstemde met het DNA-mengprofiel dat was aangetroffen op het pakje tabaksblaadjes op de plaats van de verkrachting van 4 juni 2024. 

Tijdens diverse politieverhoren gaf de beklaagde de verkrachting toe. Wat de poging tot doodslag betreft, verklaarde hij dat de vrouw hem bij een inhaalmanoeuvre van zijn step had laten vallen, waarna hij kwaad werd en verhaal ging halen. Hij zou de vrouw enkele slagen hebben gegeven, maar had nooit de intentie om haar te doden.

Tenlasteleggingen

Op basis van het onderzoek moest de beklaagde zich voor de correctionele rechtbank verantwoorden voor verkrachting en poging tot doodslag. 

Beoordeling schuldvraag 

Verkrachting

Op basis van het strafdossier staat het voor de rechtbank vast dat de beklaagde op 4 juni 2024 een vrouw verkrachtte. De rechtbank verwijst daarvoor naar de verklaring van het slachtoffer, het DNA van beklaagde dat werd aangetroffen op de roltabakblaadjes op de plaats delict, de captatie van het gsmtoestel van de beklaagde op het ogenblik van de feiten en zijn bekentenis. Ook bij de behandeling van de zaak op de zitting van 1 september 2026 voerde beklaagde hierover geen betwisting.

Poging tot doodslag

De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van de beklaagde en het slachtoffer niet overeenstemmen. De rechtbank heeft op basis van het strafdossier echter geen enkele reden om de geloofwaardigheid van de verklaring van het slachtoffer in twijfel te trekken. Zo verwijst de rechtbank onder andere naar de medische attesten en de foto’s van de verwondingen van het slachtoffer.

Op basis van de intensiteit van het gebruikte geweld staat het voor de rechtbank vast dat de beklaagde wel degelijk handelde met de intentie om te doden.

Strafmaat

De rechtbank heeft de beklaagde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar. Na zijn straf blijft hij vijf jaar ter beschikking van de strafuitvoeringsrechtbank.

Aan het slachtoffer van de verkrachting moet de beklaagde een provisionele materiële schadevergoeding van 24.260,55 euro en een provisionele morele schadevergoeding van 10.000 euro  betalen.

Aan het slachtoffer van de poging tot doodslag moet de beklaagde een provisionele materiële schadevergoeding van 8.364,87 euro en een provisionele morele schadevergoeding van 10.000 euro betalen.

De rechtbank heeft voor beide slachtoffers een gerechtsdeskundige aangesteld om de totale omvang van de geleden schade te bepalen.

Motivering rechtbank

Bij het bepalen van de strafmaat hield de rechtbank rekening met volgende elementen:

  • De feiten zijn zeer ernstig. Zo had de aanval op de vrouw op 19 januari 2024 een fatale afloop kunnen hebben.  De verkrachting getuigt tevens van een gebrekkig normbesef en een gebrek aan respect voor de seksuele integriteit van anderen. Het verontrust de rechtbank bovendien dat beklaagde deze feiten ‘uit het niets’ pleegde, wat wijst op een gevaarlijke labiliteit in zijn hoofd.

  • Het omvangrijke strafverleden van de beklaagde. Als minderjarige moest hij reeds vier keer voor de jeugdrechtbank verschijnen voor feiten van diefstal met geweld en aanranding van de eerbaarheid. Hij werd daarnaast al tien keer veroordeeld voor verkeersinbreuken en zestien keer correctioneel veroordeeld voor diefstal, slagen en verwondingen, inbreuken op de Drugwet en Wapenwet, en belaging. Eerder geboden kansen hebben niet tot een gedragswijziging geleid.

  • Het risicotaxatie-onderzoek dat wijst op een sombere prognose voor toekomstige kansen op agressie en seksuele agressie. 

  • Door de hoge kans op recidive, het strafverleden van de beklaagde en de ernst van de feiten primeert voor de rechtbank de bescherming van de maatschappij op de rehabilitatie en re-integratie van de beklaagde. Na afloop van de gevangenisstraf zal de beklaagde ook zeer strikt worden opgevolgd en begeleid door de juridische diensten.