Sociale zaak

Wat is een sociale zaak?

Een sociale zaak is gebaseerd op een geschil tussen een gerechtigde en de overheid of een verzekeringsinstelling over arbeidsongevallen en beroepsziekten, over sociale zekerheid voor werknemers (o.a. ziekte, werkloosheid, kinderbijslag en pensioen) en voor zelfstandigen en over sociale bijstand (o.a. uitkeringen van OCMW, tegemoetkomingen aan personen met een handicap, zorgverzekering).

In het Belgisch recht worden ook de zaken betreffende de collectieve schuldenregeling en geschillen tussen werkgevers en werknemers over bijvoorbeeld een ontslag als een sociale zaak beschouwd’.

Ook collectieve schuldenregeling en geschillen tussen werkgevers en werknemers (over een ontslag, over achterstallig loon, …) worden behandeld door de arbeidsrechtbanken en arbeidshoven en worden aldus als een sociale zaak beschouwd.

Hoe verloopt een sociale zaak?

De sociaal verzekerde die bij de arbeidsrechtbank hoger beroep instelt, moet in principe geen gerechtskosten betalen.

De inleiding van het geding gebeurt via een verzoekschrift en de zaak wordt op de rol gebracht zonder dat rolrechten moeten worden betaald.

Behoudens uitzonderingen worden de gerechtskosten zoals het getuigengeld, de kosten van deskundigenonderzoek en de rechtsplegingsvergoeding, betaald door de instellingen die belast zijn met de toepassing van de wetgeving inzake sociale zekerheid.

Ook het hoger beroep tegen een vonnis van de arbeidsrechtbank kan kosteloos gebeuren door middel van een verzoekschrift.

De sociaal verzekerde moet wel de kosten van zijn eigen advocaat betalen, tenzij hij beroep kan doen op kosteloze bijstand.

De vordering inzake sociale zekerheid kan ingesteld worden door middel van een verzoekschrift.

Daarnaast zijn er ook andere mogelijkheden, zoals de dagvaarding en de vrijwillige verschijning. Door de voordelen van de verzoekschriftprocedure worden deze vormen echter minder gebruikt.

Het verzoekschrift moet in principe binnen een termijn van drie maanden worden ingesteld na kennisgeving van de betwiste juridische akte.

Op deze regel zijn er evenwel uitzonderingen, bijvoorbeeld de vordering tot schadeloosstelling voor een beroepsziekte en geschillen inzake arbeidsovereenkomsten.

Het is aangewezen u hieromtrent goed te informeren.

Na ontvangst van het verzoekschrift, roept de griffier de partijen op om te verschijnen op een zitting. De datum wordt door de rechter vastgelegd.

De partijen verschijnen in persoon of laten zich door hun advocaat vertegenwoordigen.

Daarnaast  kan de partij zich ook op de zitting door een gemachtigde laten vertegenwoordigen, zoals de echtgenoot of een bloed- of aanverwant, een afgevaardigde van een representatieve organisatie van arbeiders of bedienden of een afgevaardigde van een sociale organisatie die de belangen behartigt van de groep personen die bij de wetgeving ter zake wordt bedoeld.

Er moet telkens wel voldaan worden aan een aantal voorwaarden.

De rechter kan een poging tot minnelijke schikking ondernemen.

De vordering van de zaak wordt zoals een burgerrechtelijke zaak behandeld, waarbij in sommige zaken (zoals de zaken van sociale zekerheid en sociale bijstand) de aanwezigheid van de arbeidsauditeur op de zitting verplicht is.

De arbeidsauditeur kan aan de minister of de bevoegde overheidsinstellingen inlichtingen vragen die nodig zijn voor de behandeling van de zaak.

De arbeidsauditeur geeft ook een gemotiveerd advies over het geschil dat voor de arbeidsrechtbank wordt behandeld.

De rechter kan een vonnis uitspreken alvorens recht te doen (tussenvonnis), hij kan een provisioneel vonnis of een eindvonnis uitspreken.

Bij een tussenvonnis kan de rechter bijvoorbeeld een deskundige aanstellen.

Bij een provisioneel vonnis kan de rechter een voorlopig bedrag toekennen in afwachting van een definitieve uitspraak.

Bij een eindvonnis doet de rechter volledig uitspraak over het geschil. De zaak wordt dan definitief gesloten, behoudens het instellen van bijvoorbeeld hoger beroep.

Burgerlijke zaak

Het Belgische recht voorziet in verschillende manieren om een zaak voor een rechtbank te brengen. In rechtbanktermen spreekt men over 'het inleiden van een vordering bij de rechtbank'. Op welke manier dit kan leest u verder.

Wat is een burgerlijke zaak?

Een burgerlijke procedure is een procedure over een geschil dat enkel betrekking heeft op een relatie tussen particulieren (bijvoorbeeld tussen werknemer en werkgever, tussen man en vrouw). Er staan enkel private belangen op het spel, die geen weerslag hebben op de belangen van de maatschappij.

Hoe verloopt een burgerlijke zaak?

Het Belgische recht voorziet in verschillende manieren om een zaak voor een rechtbank te brengen. In rechtbanktermen spreekt men over "het inleiden van een vordering bij de rechtbank".

De meest voorkomende manier om een zaak in te leiden is de dagvaarding.

De eisende partij doet hiervoor beroep op een gerechtsdeurwaarder. Deze maakt de dagvaarding over aan de tegenpartij. De dagvaarding is een officieel document om voor de rechtbank te verschijnen.

De dagvaarding moet verplicht een aantal vermeldingen bevatten zoals:

  • de dag, de maand, het jaar en de plaats van de zitting;
  • de naam, de voornaam en de woonplaats van de eisende partij;
  • de naam, de voornaam en de woonplaats van de gedaagde;
  • het onderwerp en de korte samenvatting van de argumenten van de vordering;
  • de rechter voor wie de vordering wordt aanhangig gemaakt.

De procedure voor vrijwillige verschijning kan met een gezamenlijk verzoekschrift tot vrijwillige verschijning opgestart worden.

Het origineel verzoekschrift moet gedagtekend en door alle partijen ondertekend zijn. Het kan per aangetekende brief aan de griffie gezonden worden of rechtstreeks op de griffie afgegeven worden.

Op vraag van minstens een van de partijen of de rechter, roept de griffier bij gewone brief de partijen op voor een zitting binnen de 15 dagen na het verzoek.

Door hun vrijwillige verschijning vermijden de partijen dat zij de kosten van een dagvaarding vooraf moeten betalen of terugbetalen.

Enkel in de door de wet bepaalde gevallen (bijvoorbeeld vorderingen tussen echtgenoten en huurgeschillen) kan een zaak ook ingeleid worden door een verzoekschrift op tegenspraak in te dienen op de griffie.

Het verzoekschrift wordt ingediend in zoveel exemplaren als er partijen zijn.

De griffier roept dan de partijen per brief op om te verschijnen op de zitting.

Het verzoekschrift moet een aantal vermeldingen bevatten zoals:

  • de dag, de maand en het jaar;
  • de naam, de voornaam, het beroep, de woonplaats van de verzoeker;
  • de naam, de voornaam en de woonplaats van de persoon die moet worden opgeroepen;
  • het onderwerp en de korte samenvatting van de argumenten van de vordering;
  • de rechter voor wie de vordering wordt aanhangig gemaakt;
  • de handtekening van de verzoeker of zijn advocaat.

Enkel in de door de wet uitzonderlijk voorziene gevallen kan een zaak voor de rechter ingeleid worden door een eenzijdig verzoekschrift in te dienen bij de rechtbank.

De tegenpartij wordt niet op de hoogte gebracht van de zaak. Pas nadat de rechter uitspraak heeft gedaan wordt de tegenpartij op de hoogte gebracht.

Deze manier van inleiden van een zaak wordt gebruikt wanneer bijvoorbeeld de tegenpartij niet gekend is of wanneer het noodzakelijk is dat de tegenpartij niet op de hoogte is van de procedure.

Eenmaal de tegenpartij in kennis is gesteld van de uitspraak, kan zij zich wel nog verzetten tegen deze uitspraak.

Op de inleidende zitting wordt de behandeling van de zaak aangevat.

Op deze inleidende zitting zijn er verschillende scenario's mogelijk.

De verwerende partij verschijnt niet of niemand verschijnt.

Indien er op de inleidende zitting niemand verschijnt, dan moet de eisende partij een initiatief nemen, zoals bijvoorbeeld verstek vorderen tegen de verwerende partij. Indien geen verstek wordt gevorderd, dan wordt de zaak uitgesteld en naar de "rol" verwezen in afwachting van een initiatief.

De partijen verschijnen wel.

De partijen kunnen in persoon verschijnen of zich laten vertegenwoordigen door hun advocaat. In een aantal gevallen kunnen de partijen zich ook door andere personen laten vertegenwoordigen.

Onder het volgende item volgt een beknopte uitleg van de procedure indien de partijen verschijnen.

Ook hier zijn er twee scenario's mogelijk.

Het gaat om een zeer eenvoudige zaak.

Indien het om een zeer eenvoudige zaak gaat en een aantal voorwaarden vervuld zijn, dan komt de zaak in aanmerking voor de zogenaamde "korte debatten" en kan ze op de inleidingszitting behandeld worden, tenzij er teveel zaken zouden zijn. In dat geval wordt de zaak uitgesteld naar een nabije zitting.

Het gaat om een complexe zaak.

In dit geval moet de zaak in staat worden gesteld. Concreet betekent dit dat de partijen een conclusiekalender afspreken. Er wordt een concrete, uiterlijke datum afgesproken tegen dewelke partijen hun argumenten schriftelijk aan de tegenpartij en de rechter moeten laten weten.

De rechter legt de datum vast waarop de zaak kan gepleit worden.

Indien de partijen niet tot een akkoord komen, legt de rechter ambtshalve, binnen de zes weken na de inleiding, de conclusietermijnen (samen met de pleitdatum) vast.

Na de instaatstelling van de zaak legt de rechter een datum vast waarop de zaak kan gepleit worden.

Op deze openbare zitting kunnen de partijen ervoor kiezen hun advocaat te laten pleiten en/of kunnen zij ook zelf hun argumenten toelichten.

Op het einde van de zitting, worden de debatten gesloten en de zaak "in beraad" genomen, dit wil zeggen dat de rechter het dossier met alle besluiten en bewijsstukken meeneemt om er later een oordeel over te vellen.

In principe volgt de uitspraak uiterlijk één maand later. Dit kan zowel vroeger zijn of later zijn als het een complexe zaak betreft.

De term 'vonnis' wordt voor meerdere rechterlijke beslissingen gebruikt.

De term 'vonnis' wijst op een beslissing door een rechter in eerste aanleg (zoals de vrederechter, de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel).

De term 'arrest' wijst ​op een beslissing door een rechter in hoger beroep of het Hof van Cassatie (zoals het hof van beroep, het arbeidshof). Deze term wordt echter ook gebruikt door de Raad van State en andere instanties.

De term 'beschikking' wordt gebruikt voor uitspraken in kort geding of in een procedure op eenzijdig verzoekschrift.

Een uitspraak kan op verschillende manieren gebeuren. Hierna worden er twee besproken.

Een eerste mogelijkheid bestaat erin dat de rechter zijn eindvonnis onmiddellijk velt en dus meteen een eindbeslissing treft voor de gehele zaak.

Daarnaast kan hij ook een tussenvonnis vellen als hij zich niet voldoende voorgelicht acht. In dit geval kan hij bijvoorbeeld een deskundige aanstellen, aanvullende bewijsstukken vragen enz.

Het vonnis moet gemotiveerd zijn en ondertekend zijn door alle rechters die aanwezig waren bij de behandeling van de zaak. In het vonnis wordt ook vermeld welke persoon/partij de gerechtskosten moet betalen.

Hoger beroep

Als een van de partijen het oneens is met een beslissing van de rechtbank van eerste aanleg, inclusief de familie- en jeugdrechtbank, of de rechtbank van koophandel, kan deze in beroep gaan bij het hof van beroep. Het hof van beroep onderzoekt de rechtszaak dan een tweede keer.

Wat is een hoger beroep?

Hoger beroep is een rechtsmiddel dat wordt ingesteld tegen een beslissing van de eerste rechter, waardoor de zaak een tweede keer wordt onderzocht, in de mate waarin het hoger beroep werd ingesteld.

Elke partij – de veroordeelde, de burgerlijke partij, de eisende partij, de verwerende partij of het Openbaar Ministerie – kan in beroep gaan, behalve in de gevallen waarin geen hoger beroep mogelijk is.

Hoe verloopt een hoger beroep?

Het hoger beroep in burgerlijke zaken kan op verschillende manieren worden ingesteld:

  • door middel van een akte van de gerechtsdeurwaarder die aan de tegenpartij wordt betekend;
  • door middel van een tegensprekelijk verzoekschrift dat op de griffie van het gerecht in hoger beroep wordt ingediend;
  • door middel van een aangetekende brief in de door de wet bepaalde gevallen;
  • door middel van een conclusie ten aanzien van een partij die reeds in het geding aanwezig is.

De akte van hoger beroep moet een aantal verplichte vermeldingen bevatten en moet ook binnen een bepaalde termijn worden ingesteld.

De procedure in hoger beroep is in grote lijnen dezelfde als de procedure voor de eerste rechter.

Het hoger beroep in strafzaken kan worden ingesteld door het Openbaar Ministerie, de beklaagde, de burgerlijke partij, de burgerrechtelijk aansprakelijke partij enz.

Het hoger beroep door het Openbaar Ministerie kan worden ingesteld door een verklaring ter griffie van het gerecht dat het vonnis heeft gewezen.

Indien het hoger beroep wordt ingesteld door het openbaar ministerie van het gerecht waar de zaak in hoger beroep moet behandeld worden, moet het hoger beroep worden ingesteld door middel van een gerechtsdeurwaardersexploot.

De beklaagde en de andere partijen kunnen eveneens hoger beroep instellen door een verklaring ter griffie van het gerecht dat het vonnis heeft gewezen.

De beklaagde die aangehouden is, kan hoger beroep instellen door een verklaring in te dienen bij de directeur van de strafinrichting. Hij kan bovendien een verklaring indienen op de griffie.

Het hoger beroep moet worden ingesteld binnen een wettelijk bepaalde termijn.

Het verloop van de procedure in hoger beroep is grotendeels dezelfde als de procedure voor de eerste rechter.

Strafzaak

Een strafzaak kan op verschillende manieren voor de strafrechtbank worden gebracht. Op welke manieren dit kan, leest u verder.

Wat is een strafzaak?

Een strafzaak wordt behandeld voor een vonnisgerecht (politierechtbank, correctionele rechtbank, hof van beroep, hof van assisen).

Hierna wordt in zeer grote lijnen het verloop van een strafzaak geschetst.

Hoe verloopt een strafzaak?

Door middel van een beschikking van de raadkamer of de kamer van inbeschuldigingstelling wordt de zaak naar het vonnisgerecht verwezen. De raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling zijn onderzoeksgerechten.

Onder vonnisgerecht wordt verstaan de politierechtbank of de correctionele rechtbank.

Als de beschikking van verwijzing is opgesteld, met het Openbaar Ministerie nog dagvaarden.

Het Openbaar Ministerie zal rechtstreeks dagvaarden als er enkel een opsporingsonderzoek plaatsgevonden heeft. Dit is immers een onderzoek dat door het Openbaar Ministerie gevoerd werd.

Als er sprake is van een gerechtelijk onderzoek (onderzoek gevoerd door de onderzoeksrechter), dan wordt de zaak naar het vonnisgerecht (bv. correctionele rechtbank) verwezen door een beschikking van de raadkamer of de kamer van inbeschuldigingstelling.

Bij de rechtstreekse dagvaarding kan het Openbaar Ministerie contraventionaliseren (dagvaarden voor de politierechtbank) of correctionaliseren (dagvaarden voor de correctionele rechtbank).

Behalve het openbaar ministerie, kan ook de burgerlijke partij een beklaagde rechtstreeks dagvaarden.

De burgerlijke partij kan bijvoorbeeld rechtstreeks dagvaarden wanneer het openbaar ministerie een klacht heeft geseponeerd (om allerlei redenen geen gevolg heeft gegeven aan de klacht).

Dit kan enkel voor wanbedrijven en overtredingen, niet voor misdaden, omdat enkel het Openbaar Ministerie bij een rechtstreekse dagvaarding verzachtende omstandigheden kan aannemen.

In een aantal gevallen kan de beklaagde vrijwillig verschijnen, bijvoorbeeld in geval van problemen bij de dagvaarding.

Een beklaagde is niet verplicht dit verzoek om vrijwillig te verschijnen in te willigen.

In een aantal gevallen kan een persoon die aangehouden is in het kader van de wet op de voorlopige hechtenis opgeroepen worden om te verschijnen voor de politierechtbank of correctionele rechtbank.

In dit geval wordt de beklaagde op de hoogte gebracht van de feiten die hem ten laste worden gelegd alsook van de plaats, dag en uur waarop hij dient te verschijnen. Deze kennisgeving geldt dan als dagvaarding.

Er wordt een verzoekschrift ingediend bij de griffie van de politierechtbank om in beroep te gaan tegen een gemeentelijk administratieve straf of tegen een administratieve straf die werd opgelegd in uitvoering van de voetbalwet.

De beklaagde is niet verplicht te verschijnen en kan door zijn raadsman vertegenwoordigd worden.

Indien de rechtbank dit nodig acht, kan zij wel de persoonlijke verschijning van de beklaagde bevelen.

Het verloop van een gewone zitting kan als volgt samengevat worden:

  • identificatie van de partijen (beklaagde, burgerlijke partij, enz.)
  • de burgerlijke partij, indien er één is, krijgt het woord om haar eis toe te lichten;
  • daarna vordert het Openbaar Ministerie de strafmaat;
  • de beklaagde en zijn raadsman hebben het laatste woord.

In de praktijk kan van deze volgorde afgeweken worden en kunnen bijvoorbeeld ook deskundigen en getuigen gehoord worden.

Indien de advocaten dit wensen, kunnen zij naast hun mondeling pleidooi ook nog besluiten neerleggen.

De uitspraak volgt aan het einde van de zitting of op een vaste datum, meestal uiterlijk een maand na de zitting, waarop de debatten gesloten werden.

Wanneer de beklaagde aangehouden op de zitting verschijnt, dan volgt de uitspraak meestal vroeger. Een en ander hangt af van de complexiteit en de omvang van het dossier.

Het vonnis wordt uitgesproken in openbare terechtzitting in aanwezigheid van het Openbaar Ministerie ook al werd de zaak zelf met gesloten deuren behandeld (zie bijvoorbeeld zedenzaken).

De voorzitter kan de voorlezing van het vonnis beperken tot het beschikkend gedeelte. In dit gedeelte wordt vermeld aan welke feiten de beklaagde al dan niet schuldig is en welke straffen worden opgelegd voor de bewezen verklaarde feiten.

In het vonnis wordt ook uitspraak gedaan over de kosten.

Wanneer de rechter een straf uitspreekt die een jaar of meer bedraagt, kan de rechter op vordering van het openbaar ministerie de onmiddellijke aanhouding bevelen.

De beklaagde of zijn raadsman krijgen wel eerst nog de gelegenheid hierover een debat te voeren.

In dit geval wordt de beklaagde onmiddellijk naar de gevangenis overgebracht, zonder dat hij eerst nog de gelegenheid krijgt om naar huis te gaan.

De rechter die de onmiddellijke aanhouding beveelt, dient dit wel te motiveren. Die motivatie mag enkel berusten op het vluchtgevaar.

Assisenzaak

Hierna wordt zeer kort het verloop van een assisenzaak geschetst.

Het hof van assisen zetelt in principe per provincie en wordt samengesteld telkens als de kamer van inbeschuldigingstelling een zaak naar het hof van assisen verwezen heeft.

Wenst u meer te weten over de bevoegdheid van het hof van assisen, klik dan hier.

Wat is een assisenzaak?

Het hof van assisen is geen permanent strafrechtscollege. Het wordt samengesteld telkens wanneer een beschuldigde door de kamer van inbeschuldigingstelling naar het assisenhof wordt verwezen.

Hoe verloopt een assisenzaak?

Het hof.

Het hof van assisen bestaat uit drie beroepsmagistraten, namelijk een voorzitter (lid van het hof van het beroep) en twee assessoren (leden van de rechtbank van eerste aanleg).

De voorzitter wordt voor één of meerdere zaken door de eerste voorzitter van het hof van beroep aangewezen, terwijl de assessoren per zaak worden aangewezen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg

Het openbaar ministerie.

Het ambt van Openbaar Ministerie wordt uitgeoefend door de procureur-generaal bij het hof van beroep, die zijn bevoegdheid kan overdragen hetzij aan een advocaat-generaal of substituut-procureur-generaal hetzij aan een lid van het parket bij de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar het hof zetelt.

De griffier.

Het ambt van griffier wordt uitgeoefend door een griffier van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar het hof van assisen zetelt. Hij wordt aangewezen door de hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg.

De jury.

Het hof van assisen wordt bijgestaan door een jury van twaalf door het lot aangewezen gezworenen.

Om op de algemene lijst van gezworenen te worden ingeschreven moet men:

  • ingeschreven zijn op de lijst van de kiezers voor de Wetgevende Kamers;
  • de burgerlijke en politieke rechten genieten;
  • minstens 30 jaar en hoogstens 65 jaar oud zijn op het ogenblik van het opmaken van de lijsten op de gemeenten;
  • kunnen lezen en schrijven.

De algemene lijst van gezworenen wordt om de vier jaar opgemaakt uit een gemeentelijke lijst, een provinciale lijst en een definitieve lijst.

Per zaak wordt er een bijzondere lijst van gezworenen opgemaakt. Dit gebeurt door uitloting van een aantal namen (60).

De beschuldigde verschijnt in persoon en wordt bijgestaan door één of meerdere advocaten.

De benadeelde (of zijn erfgenamen) kan in persoon verschijnen en/of bijgestaan worden door één of meerdere advocaten.

Zowel de beschuldigde als de burgerlijke partij kunnen een beroep doen op kosteloze rechtsbijstand en/of een pro deo-advocaat, ten minste als zij aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Samengevat verloopt het assisenproces als volgt:

  • neerlegging van lijst van getuigen;
  • preleminaire zitting voor de aanvang van de zaak met alle partijen doch zonder de jury met vaststelling van de lijst van getuigen;
  • samenstelling van de jury (twaalf leden) en een aantal plaatsvervangende juryleden en eedaflegging door de jury;
    • zowel het openbaar ministerie als de verdediging mogen bij de samenstelling van de jury een aantal gezworenen wraken; zij hoeven de reden van hun wraking niet kenbaar te maken;
  • voorlezing van de akte van inbeschuldigingstelling (geschreven stuk, opgesteld door het openbaar ministerie, dat een samenvatting van de zaak bevat);
  • voorlezing (eventueel) van de akte van verdediging (opgemaakt door de verdediging van de beschuldigde);
  • verhoor van de beschuldigde door de voorzitter van het hof van assisen;
  • voorlezing van de lijst van de getuigen, opgeroepen door het Openbaar Ministerie, de burgerlijke partij en de beschuldigde;
  • burgerlijke partijstelling door de benadeelde of zijn erfgenamen (ook in een eerder stadium van de procedure mogelijk);
  • in beginsel worden eerst de getuigen over de feiten gehoord en als laatste de moraliteitsgetuigen; getuigen over de feiten kunnen tegelijk moraliteitsgetuigen zijn en omgekeerd
  • in principe leggen alle getuigen een eed af (hetzij als deskundige en als getuige hetzij als getuige alleen; hierop bestaan een aantal uitzonderingen)
  • requisitorium (vordering) van het openbaar ministerie;
  • pleidooien van de burgerlijke partij;
  • pleidooien van de verdediging;
  • laatste woord aan de beschuldigde;
  • eventueel replieken van het openbaar ministerie, de burgerlijke partij, de beschuldigde en opnieuw laatste woord van de beschuldigde;
  • vraagstelling door de voorzitter van het hof van assisen (vragen te beantwoorden door de jury);
  • uitleg over de vraagstelling door de voorzitter;
  • onderrichting door de voorzitter aan de jury over de werkwijze van beraadslaging;
  • overhandiging van het dossier en de stukken aan de jury;
  • beraadslaging door de jury en het Hof (zonder de plaatsvervangende gezworenen); het hof heeft evenwel geen stemrecht, tenzij bij een eenvoudige meerderheid;
  • antwoord van de jury over de gestelde vragen en voorlezing van het arrest over de schuldvraag;
  • debat over de straftoemeting door het openbaar ministerie en de verdediging (de burgerlijke partij komt hier niet tussen);
  • beraadslaging door het hof samen met de jury over de op te leggen straf;
  • gemotiveerde uitspraak door het hof (arrest);
  • op dezelfde dag of later, als er een burgerlijke partij is, behandeling van de vordering van de burgerlijke partij.

Jeugdzaak

Alleen het Openbaar Ministerie kan beslissen of een zaak al dan niet voor de jeugdrechtbank wordt gebracht. U kunt zelf niet naar de rechter stappen.

Wat is een jeugdzaak

De jeugdrechtbank treedt op wanneer een minderjarige een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd en als hij zich in een verontrustende situtatie bevindt.

Voor meer info over de jeugdrechtbank, klik  hier (brochure afkomstig van Jongerenwelzijn).

Hoe verloopt een jeugdzaak

Als een minderjarige een misdrijf heeft gepleegd wordt dit aangegeven bij de politie die hiervan een proces-verbaal opstelt.

Dit proces-verbaal wordt doorgestuurd naar het parket van de procureur des Konings (Openbaar Ministerie).

Het is aan het Openbaar Ministerie om te beslissen of de jeugdrechter al dan niet wordt ingeschakeld.

Indien het dossier wordt overgemaakt aan de jeugdrechter, zal hij een beslissing nemen en daarbij rekening houden met een reeks elementen, waaronder de feiten en de oorzaken van het gedrag van de minderjarige.

1. Jongeren in verontrustende situaties (VOS) worden eerst en vooral binnen de vrijwillige jeugdhulpverlening opgevangen en geholpen.

Als dit niet lukt, kunnen de gemandateerde voorzieningen, nl. het OCJ (Ondersteuningscentrum Jeugdzorg) en het VK (Vertrouwenscentrum Kindermishandeling) gevraagd worden tussenbeide te komen om het specifieke geval van de jongere te onderzoeken en op te volgen. Zij voorzien in een directere aanpak en/of gespecialiseerde hulpverlening als er daadwerkelijk sprake is van een verontrustende situatie en er vanuit maatschappelijk oogpunt een tussenkomst nodig is.

Als de jongere en/of zijn ouders de noodzakelijke hulpverlening weigeren, kunnen de gemandateerde voorzieningen zich tot het Openbaar Ministerie wenden die op zijn beurt de jeugdrechter kan vorderen om een gerechtelijke jeugdbeschermingsmaatregel op te leggen.

2. Slechts bij werkelijk acute gevaarsituaties en in hoogdringende gevallen kan er onmiddellijk gerechtelijke jeugdhulp worden ingeschakeld. Nadien wordt dan bekeken of de hulp toch niet op vrijwillige basis kan worden voortgezet.

Procedure strafuitvoeringsrechtbank

De strafuitvoeringsrechtbank beslist over de uitvoering van vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar.

Voor meer info over de bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechtbank, klik hier.

Wat is een procedure strafuitvoeringsrechtbank

De strafuitvoeringsrechtbank beslist over de uitvoering van vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar.

Hoe verloopt een procedure strafuitvoeringsrechtbank

U kunt als veroordeelde een schriftelijk verzoek bij de strafuitvoeringsrechtbank indienen om een beperkte detentie of elektronisch toezicht aan te vragen. Dit verzoek dient u in op de griffie van de gevangenis. De beperkte detentie of het elektronisch toezicht kunnen pas worden toegekend zes maanden voordat de veroordeelde in aanmerking komt voor een voorwaardelijke invrijheidstelling. Vier maanden voor dit tijdstip licht de directeur van de gevangenis u schriftelijk in over de mogelijkheid om een beperkte detentie of elektronisch toezicht te vragen. Vanaf dat moment kunt u het schriftelijke verzoek indienen.

Zowel de voorwaardelijke invrijheidstelling als de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op uitlevering worden door de strafuitvoeringsrechtbank toegekend. Zes maanden voordat de veroordeelde zich in de bij de wet bepaalde tijdsvoorwaarden bevindt, licht de directeur de veroordeelde schriftelijk in over de mogelijkheid tot het aanvragen van een voorwaardelijke invrijheidstelling. Vanaf dat moment kan de veroordeelde een schriftelijk verzoek tot toekenning van een voorwaardelijke invrijheidstelling indienen, overeenkomstig de wettelijke bepalingen.

Hoger beroep (arbeidshof)

Indien u het niet eens bent met de beslissing van de arbeidsrechtbank, dan kan u daartegen in beroep gaan bij het arbeidshof.
Het beroep moet ingesteld worden binnen de maand vanop het ogenblik waarop u kennis heeft gekregen van de uitspraak.

Wat is een Hoger beroep (arbeidshof)

Indien u het niet eens zijt met de beslissing van de arbeidsrechtbank, dan kan u daartegen in beroep gaan bij het arbeidshof.

Hoe verloopt een Hoger beroep (arbeidshof)

Het hoger beroep in sociale zaken kan op verschillende manieren worden ingesteld:

  • door middel van een akte van de gerechtsdeurwaarder die aan de tegenpartij wordt betekend;
  • door middel van een tegensprekelijk verzoekschrift dat op de griffie van het gerecht in hoger beroep wordt ingediend;
  • door middel van een aangetekende brief in de door de wet bepaalde gevallen;
  • door middel van een conclusie ten aanzien van een partij die reeds in het geding aanwezig is.

De akte hoger beroep moet een aantal verplichte vermeldingen bevatten en moet ook binnen een bepaalde termijn worden ingesteld.

De procedure in  hoger beroep is in grote lijnen dezelfde als voor de eerste rechter.