08/10/2026

De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent heeft zeven beklaagden veroordeeld wegens poging tot het bezit, de aankoop en het vervoer van 110 kilo cocaïne. De drugs zaten verstopt in de koffer van een Volvo XC90. Toen dit voertuig op een vrachtwagen de Antwerpse haven verliet, probeerden diverse beklaagden om de vrachtwagen tegen te houden en de drugs uit de auto te halen. Hierbij werd de vrachtwagenchauffeur met de dood bedreigd en lange tijd achtervolgd.

Feiten 

Op 26 mei 2025 stopte een vrachtwagenchauffeur wegens onverwachte omstandigheden langs de pechstrook van de E34 in Stekene. Op de trekker van de vrachtwagen stond een Volvo XC90, die eerder per schip vanuit Brazilië de haven van Antwerpen was binnengebracht. In de koffer van dat voertuig bleek nadien 110 kilogram zuivere cocaïne te zijn opgeborgen.

Drie mannen stopten eveneens langs de pechstrook en bedreigden de vrachtwagenchauffeur om de sleutels van de Volvo XC90 af te geven. De vrachtwagenchauffeur nam de vlucht en kon – ondanks dat hij nog een lange tijd werd achtervolgd door de drie mannen – de politie en zijn werkgever verwittigen. 

Drie andere mannen – die de vrachtwagenchauffeur met zijn lading aan het opwachten waren - konden in de buurt van de haven van Gent gearresteerd worden. De politie en de onderzoeksrechter hebben daarop volgend een zeer grondig onderzoek gevoerd op grond waarvan de overige beklaagden geïdentificeerd en gearresteerd konden worden.

Resultaten gerechtelijk onderzoek en beoordeling rechtbank

Uit het gerechtelijk onderzoek bleek dat er sprake was van een criminele organisatie die zich bezighield met de grootschalige invoer van cocaïne in ons land via de Antwerpse haven. De organisatie bestond uit minstens zeven personen, waarbij elk lid een duidelijke taak had. Onder andere via digitale communicatiekanalen werd er actief overlegd en werden strikte afspraken nageleefd.

Eerste – tweede – derde beklaagde

De eerste beklaagde werd door de vijfde beklaagde op de hoogte gebracht dat de Volvo XC90 onverwacht het haventerrein zou verlaten waardoor de uithaling van de cocaïne uit de kofferruimte dreigde te mislukken. Hierop schakelde hij de tweede en de derde beklaagde in om samen vanuit Sint-Jans Molenbeek naar de eindbestemming van de vrachtwagen met daarop de Volvo XC90 te rijden. 

De tweede beklaagde stelde zijn voertuig ter beschikking en de derde beklaagde had een rijbewijs. 

Vierde en vijfde beklaagde

De vierde en vijfde beklaagde hadden een zeer belangrijke rol. Zij informeerden de criminele organisatie over de aankomst van de zeeschepen waarin hoeveelheden cocaïne verborgen waren, en hoe de uithalingen het best georganiseerd konden worden. Zij misbruikten daarbij hun functie als havenarbeiders.

Zo hielden ze de organisatie ook nauwgezet op de hoogte van de locatie en de bewegingen van de Volvo XC90, waarin 110 kilogram zuivere cocaïne zat opgeborgen. Toen de vijfde beklaagde op 26 mei 2025 vaststelde dat de Volvo XC90 onverwacht het haventerrein zou verlaten en de uithaling dreigde te mislukken, verwittigde hij de vierde beklaagde. Hierop werd door de organisatie een spoedoperatie in gang werd gezet om alsnog in het bezit te kunnen komen van de cocaïne. 

De vierde beklaagde ging samen met de zesde en zevende beklaagde de vrachtwagen achterna. Hij bedreigde eveneens de vrachtwagenchauffeur met de dood indien hij niet zou meewerken.

De vierde beklaagde hield er bovendien gedurende twee jaar een eigen handel in de verkoop van grote hoeveelheden cocaïne op na. De rechtbank hecht geen geloof aan zijn verklaring dat hij onder druk van het drugmilieu heeft gehandeld.

Zesde en zevende beklaagde

Samen met de vierde beklaagde volgden deze beide beklaagden de vrachtwagen waarop de Volvo XC90 stond. De zevende beklaagde klom tot aan de cabine van de vrachtwagenchauffeur en gooide bundels geld op diens schoot in ruil voor de sleutels van de Volvo XC90. De vierde en zesde beklaagde hielden stand bij de vrachtwagen. Wanneer het duidelijk werd dat de vrachtwagenchauffeur geen medewerking zou verlenen, werd hij met de dood bedreigd indien hij zou wegrijden en niet op hun eisen inging.

Tenlasteleggingen

Op basis van het gerechtelijke onderzoek moesten deze zeven beklaagden zich voor de rechtbank verantwoorden voor:

  • Poging tot het bezit, de aankoop en het vervoer van verdovende middelen zonder vergunning (met name de uithaling/inbezitneming van een partij cocaïne van 110 blokken uit het voertuig VOLVO XC90). *

  • Deelname aan een criminele organisatie

  • De verkoop en het bezit van cocaïne (vierde, vijfde en zesde beklaagde).

  • Mondelinge bedreigingen (vierde, zesde en zevende beklaagde).

* Met de verzwarende omstandigheid dat de handelingen een daad van deelneming uitmaakten aan de hoofd- of bijkomende activiteit van een vereniging.

Strafmaat

Eerste beklaagde 

Een gevangenisstraf van 40 maanden en een geldboete van 6.250 euro. Daarnaast werd een toegangs- en beroepsverbod binnen de Antwerpse haven opgelegd voor een periode van 10 jaar.

Tweede en derde beklaagde

Een gevangenisstraf van 20 maanden met uitstel voor een periode van 5 jaar (uitgezonderd de periode in voorhechtenis), en een geldboete van 625 euro. Het betrokken voertuig van de tweede beklaagde werd verbeurd verklaard.

Vierde beklaagde 

Een gevangenisstraf van 40 maanden met uitstel voor een periode van 5 jaar (uitgezonderd de periode in voorhechtenis) en een geldboete van 6.250 euro. Daarna werd een toegangs- en beroepsverbod binnen de Antwerpse haven opgelegd voor een periode van 20 jaar. Een bedrag van 120.450 euro werd samen met een voertuig en enkele luxegoederen verbeurd verklaard.

Vijfde beklaagde

Een gevangenisstraf van 4 jaar, waarvan 2 jaar met uitstel voor een periode van 5 jaar en een geldboete van 1.250 euro. Daarna werd een toegangs- en beroepsverbod binnen de Antwerpse haven opgelegd voor een periode van 20 jaar. Een bedrag van 11.020 euro werd samen met een voertuig verbeurd verklaard.

Zesde beklaagde 

Een gevangenisstraf van 40 maanden  en een geldboete van 3.750 euro. Daarna werd een toegangs- en beroepsverbod binnen de Antwerpse haven opgelegd voor een periode van 20 jaar. Een bedrag van 5.710 euro werd verbeurd verklaard.

Zevende beklaagde 

Een gevangenisstraf van 4 jaar met uitstel voor een periode van 5 jaar (uitgezonderd de periode in voorhechtenis), en een geldboete van 5.000 euro waarvan de helft met uitstel voor een periode van 3 jaar. Daarnaast werd een toegangs- en beroepsverbod binnen de Antwerpse haven opgelegd voor een periode van 10 jaar.

Motivering rechtbank

De rechtbank hield bij het bepalen van de strafmaat onder andere rekening met volgende elementen:

  • De feiten zijn bijzonder ernstig en laakbaar. Ze vormen een voorbeeld van hoe criminele drugsorganisaties geen geweld schuwen om hun doelstellingen te bereiken, met alle nadelige gevolgen voor onschuldige medeburgers en onze maatschappij (drugsoverlast, verslavingsproblematiek, onderlinge gewelddadige afrekeningen in het criminele milieu, een verhoogd onveiligheidsgevoel,…). Het is de taak van justitie en politie om tegen dergelijke feiten krachtdadig op te treden.
  • De specifieke rol die elke beklaagde bij de feiten heeft gespeeld, en hun (vaak bijzonder ongunstige) strafverleden.
  • Het misbruik van hun functie als havenarbeider (vierde en vijfde beklaagde).