27/02/2026

De berichtgeving over rechtbanken is in vijftien jaar tijd bijna verdubbeld. Terwijl het aantal artikelen met het woord ‘rechtbank’ sinds 2010 met 38% is afgenomen in de geschreven pers, is de online berichtgeving in zes jaar tijd met 95% toegenomen. Justitie is dus zichtbaarder dan ooit. Ook qua inhoud verschuift de focus. De aandacht voor zedenzaken, met name verkrachting, is meer dan vervijfvoudigd, terwijl fraude en oplichting relatief minder aandacht krijgen. Opvallend is dat de media proportioneel meer berichten over vrijspraken en voorwaardelijke straffen, ondanks een toenemend aantal veroordelingen in zedenzaken. Daarnaast halen wrakingsverzoeken en zaken waarbij bekende personen betrokken zijn steeds vaker het nieuws, wat kan leiden tot een onevenwichtige beeldvorming.

Met deze achtergrond organiseerden de korpsoversten van Antwerpen-Limburg op 26 februari 2026 een bijeenkomst over de relatie tussen magistratuur en journalisten en de manier waarop justitie over haar werk communiceert. Het functioneren van de rechtbanken is immers steeds vaker onderwerp van publiek debat. Uit hun bevindingen blijkt dat magistraten over het algemeen voorstander zijn van actieve communicatie vanuit justitie. Daarbij maken zij geen onderscheid tussen hun rollen: zowel zetelende magistraten als leden van het Openbaar Ministerie onderschrijven het belang van duidelijke en transparante communicatie.

Ook blijkt uit de bevraging dat journalisten die over rechtbanken berichten overwegend positief staan tegenover de samenwerking met justitie. Ze merken dat er meer bereidheid is om te overleggen en waarderen de professionalisering van de woordvoering. Tegelijkertijd wijzen ze op drie terugkerende kwesties: beperkte communicatie tijdens lopende onderzoeken, de regels voor het filmen in de rechtszaal en de toegang tot algemene fenomenen en cijfermateriaal. Magistraten leggen daarentegen de nadruk op andere aspecten. Voor hen is het cruciaal dat feitelijke onjuistheden in de berichtgeving snel en zichtbaar worden rechtgezet. Ze pleiten ook voor meer communicatie over de werking van justitie en over cijfermateriaal, zodat het publieke debat gebaseerd is op accurate en volledige informatie. Journalisten stellen dat ze behoefte hebben aan meer uitleg over complexe dossiers. Ze willen kunnen doorvragen, ook buiten de formele persmomenten, en hechten belang aan off-the-recordgesprekken om de juiste context te begrijpen. Volgens hen is het juist deze bijkomende uitleg die het verschil maakt tussen oppervlakkige en genuanceerde berichtgeving. De volledige presentatie is hier te lezen.

Na de presentatie werd een open dialoog gehouden tussen magistraten en de pers. Er kwamen duidelijk verschillende spanningspunten naar voren. Een magistraat benadrukte dat de privacy van de betrokken partijen prioriteit moet blijven krijgen en dat dit principe vandaag te veel onder druk staat door de snelheid en intensiteit van de berichtgeving in de media. Een andere deelnemer stelde voor dat België inspiratie zou kunnen halen uit Nederland. Naast de publicatie van volledige vonnissen publiceert de rechterlijke macht ook toegankelijke samenvattingen of zogenaamde mediavonnissen. Deze documenten vertalen juridische beslissingen in begrijpelijke taal en verduidelijken welke feiten als bewezen werden beschouwd en hoe de rechter tot zijn of haar beslissing is gekomen. In Nederland worden uitspraken ook vaker gefilmd. Door systematisch dergelijke uitleg te geven, wordt het risico op verkeerde interpretaties in de berichtgeving in de media verkleind.

Tegelijkertijd benadrukte de magistratuur dat communicatie onvermijdelijk is: informatie zal hoe dan ook worden vrijgegeven. Volgens hen is het belangrijk om die informatie zelf correct te kaderen, in plaats van enkel te reageren op mediaberichtgeving. Vanuit de pers werd gewezen op de interne controlemechanismen binnen het beroep. 

De uitwisseling toont aan dat berichtgeving over rechtbanken zich bevindt op het snijvlak van twee kernprincipes: openbaarheid en (de vereiste) zorgvuldigheid. Zowel magistraten als journalisten erkennen dat dit spanningsveld eigen is aan hun rol. Een blijvende en gestructureerde dialoog blijkt noodzakelijk om misverstanden te beperken en de kwaliteit van de berichtgeving te waarborgen. 

Wederzijds begrip, duidelijke afspraken over communicatie tijdens lopende onderzoeken en zittingen, en investeringen in toegankelijke en professionele communicatie, dragen bij aan voorziening van correcte informatie. Op deze manier kan het publieke vertrouwen in de rechtspraak op een duurzame manier verder worden ondersteund.

Aan de kant van de hoven en rechtbanken dringen bijkomende investeringen in communicatie zich op. Ook bij journalisten is de werkdruk zeer hoog, en is het maar de vraag of er veel ruimte is om breder en meer genuanceerd te schrijven over justitie.