De politierechtbank Leuven heeft vandaag een beklaagde schuldig bevonden aan een zwaar verkeersongeval met een fietser, dat plaatsvond op 18 september 2023 in Aarschot. De beklaagde reed als automobilist te snel en verleende geen voorrang aan de fietser. Volgens de rechtbank is het ongeval het gevolg van het rijgedrag van de beklaagde, dat getuigt van een duidelijk gebrek aan verantwoordelijkheid en voorzichtigheid in het verkeer.
Feiten
Het ongeval gebeurde op maandagavond 18 september 2023, rond 18 uur, aan de kruising van de Oude Mechelsebaan en de Weegstraat in Aarschot. De bestuurder van een personenwagen, ‘beklaagde 2’, reed op de Oude Mechelsebaan in de richting van Testelt. Aan het kruispunt met de Weegstraat had hij voorrang moeten verlenen aan een fietser die uit die straat kwam en links wilde afslaan om de Oude Mechelsebaan op te rijden.
De auto reed de fietser aan, die eerst op de motorkap terechtkwam en vervolgens 28 meter verder in de rechterberm werd weggeslingerd. Het slachtoffer werd in levensgevaar naar het ziekenhuis overgebracht.
De bestuurder legde na het ongeval een negatieve adem- en speekseltest af.
Het parket stelde onmiddellijk na de feiten een verkeersdeskundige aan om de omstandigheden van het ongeval te onderzoeken. Die concludeerde dat de automobilist op het moment van de feiten onoplettend was, geen voorrang van rechts verleende en te snel reed (minstens 60 km/u waar maximaal 50 km/u was toegelaten).
Meer dan veertien maanden later, op 20 november 2024, overleed het slachtoffer. De politierechtbank Leuven stelde daarop op 19 december 2024 een deskundige aan om te onderzoeken of er een oorzakelijk verband bestond tussen het ongeval en het overlijden. De deskundige bevestigde dat verband.
Het ongeval gebeurde met een Opel die sinds 11 juli 2023 niet meer geldig gekeurd was. De eigenaar van dit voertuig, ‘beklaagde 1’, wordt hiervoor eveneens vervolgd.
Het slachtoffer was op het ogenblik van de feiten 64 jaar.
Oordeel van de rechtbank
‘Beklaagde 1’:
De rechtbank veroordeelt 'beklaagde 1', omdat het ongeval plaatsvond met een voertuig dat haar eigendom was en op het moment van de feiten niet langer geldig gekeurd was (tenlastelegging A). Deze beklaagde krijgt hiervoor een geldboete van 240 euro met uitstel (voor een periode van 3 jaar).
‘Beklaagde 2’:
‘Beklaagde 2' is schuldig aan drie strafbare feiten:
-
het veroorzaken van een verkeersongeval door een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg, waarbij hij onopzettelijk de dood van het slachtoffer heeft veroorzaakt (tenlastelegging B);
-
het niet aanpassen van zijn snelheid als bestuurder. Hij reed op het moment van de feiten minstens 60 km/u, terwijl de toegelaten maximumsnelheid 50 km/u was (tenlastelegging C);
-
het niet verlenen van voorrang aan een weggebruiker die van rechts kwam (tenlastelegging D).
‘Beklaagde 2’ wordt voor de bewezen feiten B, C en D veroordeeld tot:
-
een werkstraf van 150 uur (met een vervangende gevangenisstraf van 3 maanden);
-
een geldboete van 500 euro;
-
een rijverbod van 6 maanden voor alle motorvoertuigen. Het recht om opnieuw te mogen rijden hangt af van het slagen voor een theoretisch examen, een praktisch examen, een medisch onderzoek en een psychologisch onderzoek.
‘Beklaagde 2’ en zijn verzekeraar moeten aan de burgerlijke partijen een provisionele schadevergoeding van een euro betalen in afwachting van een definitief akkoord. Onderhandelingen hierover zijn lopende.
Motivering rechtbank
De politierechtbank stelt dat ‘beklaagde 2’ een heel zware fout beging door in een zone 50 met 60 km/u een kruispunt op te rijden waar hij voorrang van rechts moest verlenen, terwijl zijn zicht op het voorrang hebbend verkeer beperkt was. De rechtbank volgt ook de uitleg van deze beklaagde niet dat de bosrijke omgeving en de aanwezigheid van een haag zijn zicht zouden hebben belemmerd. Deze omstandigheden hadden beklaagde net moeten aanzetten tot extra voorzichtigheid en een lagere snelheid.
Voorts tilt de politierechtbank zwaar aan het feit dat de beklaagde tussen 2007 en 2024 al vijftien keer werd veroordeeld voor verkeersmisdrijven. Hij kreeg daarbij tien rijverboden opgelegd. Het is bijzonder betreurenswaardig dat de beklaagde geen lessen heeft getrokken uit deze eerdere veroordelingen. Zijn strafregister wijst op een duidelijk gebrek aan verantwoordelijkheid en voorzichtigheid in het verkeer.