De correctionele rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, heeft vandaag uitspraak gedaan in een zaak rond een criminele organisatie die vanuit de gevangenis drugshandel en drugsgeweld organiseerde. Zes beklaagden stonden terecht: de leider van de organisatie, zijn eigen ouders en drie gevangenisbewakers.
Eerste beklaagde stuurde vanuit de gevangenis achtereenvolgens in Hasselt en Leuven-Hulp een gestructureerde criminele organisatie aan die zich bezighield met de invoer van cocaïne vanuit Colombia via de haven van Antwerpen, met drugshandel en met drugsgeweld. Om zijn criminele activiteiten vanuit zijn cel te kunnen verderzetten, bouwde hij een netwerk van medewerkers op aan weerszijden van de gevangenismuren. Communicatie verliep via versleutelde applicaties als Signal, Wickr en Snapchat, uitsluitend via dataverkeer om detectie te omzeilen.
Drie gevangenisbewakers stelden zich ten dienste van de criminele organisatie. Zij smokkelden gsm-toestellen de gevangenis in en uit, speelden werkuurroosters van collega's door zodat eerste beklaagde wist wanneer hij ongestoord kon communiceren, en fungeerden als tussenpersonen voor de overdracht van berichten en geld. Voor deze diensten ontvingen zij financiële vergoedingen.
De rechtbank liet in haar motivering geen twijfel bestaan over de ernst van dit gedrag. Een gevangenisbewaker staat in voor de concrete tenuitvoerlegging van door de rechter opgelegde straffen en draagt daarmee rechtstreeks bij tot de geloofwaardigheid van de strafrechtsbedeling. Door hun positie aan te wenden om criminele activiteiten te faciliteren, hebben deze drie beklaagden niet alleen het vertrouwen geschonden dat in hen werd gesteld, maar ook het fundament van de strafuitvoering ondergraven. De rechtbank veroordeelde elk van hen tot een gevangenisstraf van 2 jaar, gedeeltelijk met uitstel gedurende 5 jaar.
Bijzonder zwaar weegt de rol van de ouders van eerste beklaagde. Vader en moeder werden niet meegesleurd in de criminaliteit van hun zoon; zij werkten er actief aan mee. Zij hielpen gsm-toestellen te verbergen en te verplaatsen, zorgden ervoor dat de data op die toestellen niet in handen van de speurders kwamen, en stelden een Indonesische telefoonkaart ter beschikking zodat hij zijn criminele activiteiten vanuit zijn cel kon verderzetten.
De rechtbank stelde met nadruk vast dat de familiale band geenszins afbreuk doet aan het strafrechtelijk karakter van hun handelingen. Integendeel: uit het dossier blijkt dat die familiale relatie werd aangewend als toegangspoort en hefboom om criminele activiteiten te faciliteren. De rechtbank sprak haar teleurstelling expliciet uit: vader en moeder slaagden er niet alleen niet in hun jongvolwassen zoon van de criminaliteit weg te houden, zij werkten er actief aan mee. Zij hebben nog negen andere kinderen, van wie er zeven bij hen inwonen. De rechtbank herinnerde hen eraan dat hun kinderen van hen mogen verwachten dat zij hen voorbereiden op het leven als volwassene, door zich als verantwoordelijk burger te gedragen en de wet te respecteren.
Vader werd veroordeeld tot 1 jaar gevangenisstraf met volledig uitstel gedurende 5 jaar. Moeder eveneens tot 1 jaar gevangenisstraf met volledig uitstel gedurende 5 jaar.
De rechtbank veroordeelde eerste beklaagde tot een effectieve gevangenisstraf van 40 maanden en een geldboete van 8.000 euro. Hij bevindt zich in staat van wettelijke herhaling: in 2023 werd hij reeds veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf door dezelfde rechtbank. De rechtbank stelde vast dat hij kennelijk geen lering heeft getrokken uit eerdere veroordelingen en er zelfs niet voor terugdeinsde zijn drugshandel en drugsgeweld vanuit de gevangenis verder te organiseren.
Eerste beklaagde werd eveneens vervolgd voor belaging van een onderzoeksrechter en voor het aansturen van een criminele organisatie met het oog op het plegen van een aanslag op een onderzoeksrechter en/of hierover bedreigingen te uiten. De rechtbank sprak hem hiervoor vrij.
Veiligheidsdiensten hadden in het kader van hun risicoanalyse aanbevolen dat de betrokken Antwerpse onderzoeksrechter in een safehouse werd ondergebracht, wat gedurende vier maanden het geval was. Dit heeft een grote tol geëist van de onderzoeksrechter en haar gezin, zoals ook bleek uit de verklaringen. Veiligheidsdiensten baseren zich bij dergelijke inschattingen op een breed geheel van informatie.
De correctionele rechtbank hanteert een fundamenteel andere toets: zij dient overtuigd te zijn dat de tenlastelegging boven elke redelijke twijfel bewezen is, uitsluitend op grond van de gegevens die in het gerechtelijk onderzoek geobjectiveerd werden.
De rechtbank stelde vast dat in het onderzoek volgend op inlichtingen waaruit bleek dat eerste beklaagde (die ervoor bekend stond dat hij als opdrachtgever van verschillende aanslagen van druggerelateerd geweld in contact stond met tussenpersonen/geweldmakelaars) wraak zou willen nemen op de onderzoeksrechter, de getapte telefoongesprekken weliswaar grof taalgebruik aan het adres van de onderzoeksrechter bevatten, maar niet met de vereiste zekerheid aantoonden dat eerste beklaagde daadwerkelijk wraakplannen smeedde of bedreigingen uitte die haar rust ernstig verstoorden. Ook het doorsturen van een foto van de onderzoeksrechter aan zijn moeder drie dagen na zijn aanhouding achtte de rechtbank op zichzelf onvoldoende om de belaging bewezen te verklaren, bij gebrek aan bewijs dat zijn moeder daadwerkelijk als tussenpersoon fungeerde om die bedreigingen te concretiseren.
De rechtbank oordeelde dat de voorliggende bewijselementen niet volstonden om de belaging met die zekerheid te bewijzen. Dit is een autonome, onpartijdige rechterlijke beoordeling. Dit staat naast de risicoanalyse van de veiligheidsdiensten, die een afzonderlijke grondslag heeft, gemaakt op een ander ogenblik.
Het vonnis werd gewezen door rechters van buiten de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, wat de onafhankelijkheid van de beoordeling verder illustreert.
Luc De Cleir
woordvoerder REA Antwerpen
0472/90.13.56 - Luc.DeCleir@just.fgov.be