Beklaagde veroordeeld wegens onwettige uitoefening geneeskunde

21/05/2026

De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper heeft een voormalige huisarts veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en een boete van 64.000 euro wegens onder andere het onwettig uitoefenen van de geneeskunde, valsheid in geschrifte en witwassen. Volgens de rechtbank getuigden de feiten van een gevaarlijke en oneerlijke ingesteldheid en een totaal gebrek aan normbesef.

Feiten 

Op 20 oktober 2020 werd de eerste beklaagde (op dat moment 69 jaar) geschrapt op de lijst van de Orde van Artsen (met ingang van 30 oktober 2020). Ondanks deze schrapping bleef de ex-dokter de jaren nadien patiënten zien, legde hij huisbezoeken af en gaf hij injecties. Hij verhandelde ook medicatie, die hij onder andere bij een familielid apotheker ging halen of die hem werden gedoneerd. Patiënten moesten deze medicatie – die ontdaan was van alle traceerbare elementen - aan vol tarief betalen. Volgens een patiënte waren het zware medicijnen die ze van een andere dokter niet gemakkelijk kreeg.

Bij het onderzoek naar de activiteiten van de eerste beklaagde deed de politie een beroep op telefonie-onderzoek, tapmaatregelen, observaties, bankonderzoek en verklaringen van gewezen patiënten. Via telefonie-onderzoek bleek overigens dat een actieve huisarts (de tweede beklaagde) voorschriften op zijn naam afleverde aan patiënten die nog door de eerste beklaagde werden behandeld. 

Tijdens een huiszoeking bij de eerste beklaagde op 7 maart 2022 nam de politie onder andere voorschriften van de tweede beklaagde, verschillende medische verslagen, 100 laborapporten, een doos met spuiten en naalden en een doos met vervallen medicatie in beslag. 

Omdat hij zijn dokterspraktijken bleef verderzetten, werd de eerste beklaagde op 7 december 2022 gearresteerd. In zijn voertuig werden onder andere medicatie (Ozempic, Valium, testosteron en anabole steroïden), spuiten, spuitnaalden en cash geld aangetroffen. Hij werd door de onderzoeksrechter onder aanhoudingsmandaat geplaatst.

Op 5 september 2025 werd de eerste beklaagde met zijn wagen door de politie aan de kant gezet na een verkeersovertreding. In het voertuig werden cash geld, medicatie, spuiten, steriele compressen, mondmaskers, pleisters, medicatie, een bloeddrukmeter, een glucosemeter, naalden, diverse documenten met identiteiten en oproepnummers en drie gsm-toestellen aangetroffen. Hij gooide ook een verfrommelde verpakking van een spuit onder het dienstvoertuig van de politie. Bij een nieuwe huiszoeking werden medicatiedoosjes, oude voorschriften, medicatielijsten en dossiers gevonden.

Tenlasteleggingen

De eerste beklaagde werd vervolgd wegens:

  • het bezit en de verkoop van geneesmiddelen zonder vergunning

  • het onwettig uitoefenen van de geneeskunde 

  • valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken 

  • witwassen

  • het bezit en de verkoop/aflevering van humane doping 

De tweede beklaagde werd vervolgd wegens valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken.

Beoordeling schuldvraag

De rechtbank beoordeelde de feiten en kwam tot volgende conclusies:

Bezit en verkoop van geneesmiddelen zonder vergunning

De rechtbank achtte de feiten bewezen in hoofd van de eerste beklaagde. Dat (een deel van) de aangetroffen medicatie zou zijn gedoneerd door oud-patiënten en dat de eerste beklaagde nog de wens had om op termijn opnieuw als huisarts aan de slag te gaan, doen hieraan geen afbreuk. 

Onwettig uitoefenen van de geneeskunde

Het gevoerde onderzoek laat geen twijfel dat de eerste beklaagde na zijn schrapping dagelijks bij personen/patiënten bleef langsgaan en er duidelijk medische handelingen stelde. Hij maakte de afspraken in naam van zijn vervanger om uiteindelijk zelf langs te gaan. Hij ging hierbij zeer vernuftig te werk door via zijn gebruikelijk oproepnummer aan te geven dat hij niet werkte, om daarna met een ander oproepnummer verder af te spreken en/of medisch advies te verlenen.

Valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken 

Het staat met zekerheid vast dat de tweede beklaagde voorschriften uitschreef die vervolgens door de eerste beklaagde aan patiënten werden afgeleverd. 

Hierbij werd voldaan aan alle voorwaarden van het misdrijf schriftvervalsing:

  • Het ging om een intellectuele valsheid: de tweede beklaagde stelde zelf de medische aandoening niet vast, maar ondertekende wel valselijk het voorschrift. 
  • Medische voorschriften vormen een strafrechtelijk beschermd geschrift.
  • Het misdrijf werd gepleegd op een door de wet omschreven wijze.
  • De voorschriften werden opgesteld met een bedrieglijk opzet (met name om op onrechtmatige wijze geneeskundige handelingen te stellen).
  • Uit de schriftvervalsing kon een mogelijk nadeel voortvloeien (met name schade aan de betrokken patiënten en aan de volksgezondheid).

Witwassen

Uit het strafdossier blijkt dat de eerste beklaagde zeer frequent op onrechtmatige en illegale wijze geneeskundige handelingen stelde bij oud-patiënten, waarvoor hij werd vergoed via cashbetalingen of overschrijvingen op zijn zichtrekening (met als vermelding ‘terugbetaling lening’). Zo kon de beklaagde geen boekhoudkundige verantwoording geven voor minstens een bedrag van 350.464,54 euro. Deze gelden werden zodoende beschouwd als onrechtmatig verkregen.

Het bezit en de verkoop/aflevering van humane doping 

De rechtbank verwijst hiervoor naar de uitgebreide verklaringen van de gewezen patiënten, de huiszoekingen en fouilles van het voertuig van de eerste beklaagde.

Strafmaat 

De eerste beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en een geldboete van 64.000 euro. In totaal werd een bedrag van 185.000 euro verbeurd verklaard. 

Aan de tweede beklaagde werd de opschorting van uitspraak verleend voor een periode van drie jaar. 

Motivering rechtbank

Bij het bepalen van de schuldvraag en de strafmaat baseerde de rechtbank zich onder andere op volgende elementen:

  • De ernst van de feiten, welke getuigen van een gevaarlijke en oneerlijke ingesteldheid en een totaal gebrek aan normbesef.

    Het herhaald karakter en de lange duur van de feiten, net als de hardleersheid van de eerste beklaagde.

    Het ongunstig strafverleden van de eerste beklaagde, die reeds vier veroordelingen door het hof van beroep opliep, waaronder drie veroordelingen wegens gelijkaardige feiten van valsheid en onwettige uitoefening van de geneeskunde.

  • Dat de eerste beklaagde door vele patiënten niet louter beschouwd werd als huisarts, maar ook als vriend of vertrouwenspersoon doet geen afbreuk aan het feit dat hij onwettig de geneeskunde uitoefende. Dit geldt evenzeer voor het feit dat hij moeilijk kon weerstaan aan de talrijke oproepen van zijn oud-patiënten die nood hadden aan medische bijstand.

  • Het gunstige strafverleden van de tweede beklaagde, en zijn reeds opgelopen tuchtstraf door de raad van beroep van de Orde der artsen.