assisenzaak

Wat is een assisenzaak

Het hof van assisen is geen permanent strafrechtscollege. Het wordt samengesteld telkens wanneer een beschuldigde door de kamer van inbeschuldigingstelling naar het assisenhof wordt verwezen.

Hoe verloopt een assisenzaak

Samenstelling Hof van Assisen

Het hof.

Het hof van assisen bestaat uit drie beroepsmagistraten, namelijk een voorzitter (lid van het hof van het beroep) en twee assessoren (leden van de rechtbank van eerste aanleg).

De voorzitter wordt voor één of meerdere zaken door de eerste voorzitter van het hof van beroep aangewezen, terwijl de assessoren per zaak worden aangewezen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg

Het Openbaar Ministerie.

Het ambt van Openbaar Ministerie wordt uitgeoefend door de procureur-generaal bij het hof van beroep, die zijn bevoegdheid kan overdragen hetzij aan een advocaat-generaal of substituut-procureur-generaal hetzij aan een lid van het parket bij de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar het hof zetelt.

De griffier.

Het ambt van griffier wordt uitgeoefend door een griffier van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar het hof van assisen zetelt. Hij wordt aangewezen door de hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg.

De jury.

Het hof van assisen wordt bijgestaan door een jury van twaalf door het lot aangewezen gezworenen.

Om op de algemene lijst van gezworenen te worden ingeschreven moet men:

  • ingeschreven zijn op de lijst van de kiezers voor de Wetgevende Kamers;
  • de burgerlijke en politieke rechten genieten;
  • minstens 30 jaar en hoogstens 60 jaar oud zijn op het ogenblik van het opmaken van de lijsten op de gemeenten;
  • kunnen lezen en schrijven.

De algemene lijst van gezworenen wordt om de vier jaar opgemaakt uit een gemeentelijke lijst, een provinciale lijst en een definitieve lijst.

Per zaak wordt er een bijzondere lijst van gezworenen opgemaakt. Dit gebeurt door uitloting van een aantal namen (60).

De beschuldigde en het slachtoffer

De beschuldigde verschijnt in persoon en wordt bijgestaan door één of meerdere advocaten.

De benadeelde (of zijn erfgenamen) kan in persoon verschijnen en/of bijgestaan worden door één of meerdere advocaten.

Zowel de beschuldigde als de burgerlijke partij kunnen een beroep doen op kosteloze rechtsbijstand en/of een pro deo-advocaat, ten minste als zij aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Verloop van het assisenproces

Samengevat verloopt het assisenproces als volgt:

  • samenstelling van de jury (twaalf leden) en een aantal plaatsvervangende juryleden en eedaflegging door de jury;
    • zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging mogen bij de samenstelling van de jury een aantal gezworenen wraken; zij hoeven de reden van hun wraking niet kenbaar te maken;
  • voorlezing van de akte van inbeschuldigingstelling (geschreven stuk, opgesteld door het openbaar ministerie, dat een samenvatting van de zaak bevat);
  • voorlezing (eventueel) van de akte van verdediging (opgemaakt door de verdediging van de beschuldigde);
  • verhoor van de beschuldigde door de voorzitter van het hof van assisen;
  • voorlezing van de lijst van de getuigen, opgeroepen door het Openbaar Ministerie, de burgerlijke partij en de beschuldigde;
  • burgerlijke partijstelling door de benadeelde of zijn erfgenamen (ook in een eerder stadium van de procedure mogelijk);
  • verhoor van de getuigen van het Openbaar Ministerie;
  • verhoor van de getuigen van de burgerlijke partij;
  • verhoor van de getuigen van de verdediging;
    • in principe leggen alle getuigen een eed af (hetzij als deskundige en als getuige hetzij als getuige alleen; hierop bestaan een aantal uitzonderingen)
  • requisitorium (vordering) van het Openbaar Ministerie;
  • pleidooien van de burgerlijke partij;
  • pleidooien van de verdediging;
  • laatste woord aan de beschuldigde;
  • eventueel replieken van het Openbaar Ministerie, de burgerlijke partij, de beschuldigde en opnieuw laatste woord van de beschuldigde;
  • vraagstelling door de voorzitter van het hof van assisen (vragen te beantwoorden door de jury);
  • uitleg over de vraagstelling door de voorzitter;
  • onderrichting door de voorzitter aan de jury over de werkwijze van beraadslaging;
  • overhandiging van het dossier en de stukken aan de jury;
  • beraadslaging door de jury (zonder de plaatsvervangende gezworenen);
  • in principe oordeelt de jury alleen over de schuldvraag, tenzij in de door de wet voorziene gevallen, waarin ook het hof mede beraadslaagt over de schuld;
  • verklaring van de jury over de gestelde vragen;
  • debat over de straftoemeting door het Openbaar Ministerie en de verdediging (de burgerlijke partij komt hier niet tussen);
  • beraadslaging door het hof samen met de jury over de op te leggen straf;
  • uitspraak door het hof (arrest);
  • op dezelfde dag of later, als er een burgerlijke partij is, behandeling van de vordering van de burgerlijke partij.