Publicatiedatum

13-04-2020

Met KB nr. 2 van 9 april 2020 voor wat betreft de burgerlijke geschillen, had de Volmachtregering voornamelijk twee bedoelingen:

  • partijen te behoeden voor de gevolgen van het niet tijdig kunnen verrichten van proceshandelingen: daarom wordt in art. 1 de conclusietermijn die nà 9 april 2020 valt verlengd en worden de overige termijnen in voorkomend geval mede opgeschoven.
  • te vermijden dat niets meer in beraad genomen wordt: daarom wordt het via art. 2 mogelijk gemaakt dat de burgerlijke zaken in beraad worden genomen zonder mondelinge toelichting.

Deze regeling, die uit de aard zelf (nationaal toepasselijk) uniform moest zijn, heeft voor sommige gerechtelijke entiteiten evenwel een mogelijk nadelig effect. In die rechtbanken/hoven waar de rechtsdag over het algemeen werd vastgesteld op de kortst mogelijke termijn (iets meer dan één maand na de laatste conclusietermijn), zullen de meeste rechtsdagen in principe vanaf half mei 2020 “van rechtswege” verdaagd moeten worden, omdat de laatste conclusietermijn nà 09.04.2020 bepaald werd. Dit nadelig gevolg is uiteraard niet wat de geest van het Volmachtenbesluit beoogde, maar is een louter gevolg van het feit dat een uniforme regeling moest uitgevaardigd worden.

Dit nadelig gevolg kan overigens – in die rechtbanken en hoven waar het zich voordoet - gemakkelijk opgevangen worden door procedure-akkoorden tussen de advocaten/partijen.

Partijen kunnen immers altijd al minnelijk afwijken van de conclusietermijnen; het Volmachtenbesluit heeft daaraan geen wijziging gebracht. Het verslag aan de Koning bij het Volmachtenbesluit verduidelijkt overigens dat met de term “ van rechtswege” beoogd werd te vermijden dat de rechtbanken zouden overspoeld worden met extra werk om eerder vastgelegde termijnregelingen aan te passen; deze term belet niet dat andersluidende akkoorden gesloten worden.

Niets belet partijen m.a.w. om alsnog akkoord te gaan tot behoud van de eerder vastgestelde rechtsdag in mei of juni 2020, en behoud van alle (ook de eventueel laattijdig neergelegde) conclusies.

Om te vermijden dat er vanaf september 2020 – ingevolge tal van uitstellen “van rechtswege” - een dubbele hoeveelheid zaken in beraad genomen moet worden, roept het hof van beroep te Antwerpen dan ook op dat alle partijen en hun advocaten in de mate van het mogelijke meewerken aan de spreiding van de behandeling der burgerlijke rechtszaken, door zoveel mogelijk te kiezen voor het behoud van de verleende rechtsdag in de maanden mei en juni 2020.

Om op een geldige manier te kunnen afwijken van de automatische uitstelregeling ingevolge art. 1 van het Volmachtenbesluit is het noodzakelijk dat elke partij/advocaat in het geschil uitdrukkelijk zijn akkoord terzake schriftelijk bevestigt. Het hof zal hier een proactieve rol op zich nemen, en de betrokken advocaten (en indien een partij geen advocaat heeft: de betrokken partij) contacteren om dit akkoord ook schriftelijk te bevestigen. Op die wijze hopen wij de doelstelling van het Volmachtenbesluit zo goed mogelijk te realiseren: enerzijds door de zaak uit te stellen indien de partijen of hun advocaten in een overmachtssituatie verkeren, maar anderzijds door zo veel mogelijk conflicten ook in deze corona-periode tijdig te beslechten en op die wijze een grote gerechtelijke achterstand te vermijden.

Hartelijk dank voor uw positieve medewerking.

Rob Hobin,
Eerste voorzitter van het hof van beroep te Antwerpen

Hof of rechtbank