Publicatiedatum

26-05-2021

Betreffende zaak gekend onder dossiernummer 19A004550 waarin vonnis uitgesproken door de AC10 kamer van de Rechtbank van eerste aanleg afdeling Antwerpen van 26/05/2021.
In de pers wordt deze zaak ook aangeduid als de zaak “freefighters”.

In deze zaak werden 66 beklaagden voor de strafrechter gebracht voor hun deelname aan zgn. ‘freefights’ in de periode van februari tot en met november 2017. Daarnaast moeten zij zich verantwoorden voor leiderschap of lidmaatschap  van een bende. Een beklaagde werd ook vervolgd voor inbreuken op de wapenwet.

Freefights kunnen worden omschreven als een treffen tussen twee groepen die met elkaar fysiek het gevecht aangaan op basis van vooraf gemaakte afspraken. Uit het beeldmateriaal in het strafdossier blijkt dat het geweld dat gebruikt werd bij deze freefights zeer verregaand kon zijn. Meerdere personen richtten zich tegen één tegenstander, deelnemers werden knockout geslagen, er werden kniestoten gegeven in het gezicht, personen werden langs achteren aangevallen,…

Soms volgde er een tweede ronde, waarbij het aantal vechters of de samenstelling van het team kon wijzigen. Deze gevechten worden door velen gekaderd in het hooliganisme en de rivaliteit tussen supportersgroepen van voetbalploegen. In een aantal gevallen is er ook sprake van het vormen van een alliantie met een andere (buitenlandse) supportersgroep.

De rechtbank is van oordeel dat het organiseren van en op enige wijze deelnemen aan freefights, zoals deze hebben plaatsgevonden, wel degelijk strafbaar is. Het gevecht was amper onderworpen aan regels en de principiële regels die er waren werden systematisch genegeerd; de controle op de naleving van de spelregels was manifest ontoereikend. Er waren daardoor onvoldoende garanties ter bescherming van de fysieke integriteit van de deelnemers, de openbare veiligheid en de rechten en vrijheden van derden.

Voor de rechtbank staat vast dat beklaagden niet op onoverwinnelijke wijze konden dwalen omtrent het strafbaar karakter van hun gedrag.

Uit het onderzoek en de verklaringen van beklaagden ter terechtzitting is gebleken dat de aanwezigen bij een freefight verschillende rollen of taken op zich kunnen nemen. Er zijn:

- ‘fighters’: personen die actief deelnemen aan het gevecht;
- scheidsrechters: leden van beide groepen die toezien op de naleving van de afgesproken regels;
- personen die de gevechten met een camera of gsm-toestel registreren en waarvan het opgenomen beeldmateriaal vervolgens via besloten kanalen of berichten wordt gedeeld, en;
- personen die de ‘fighters’ aanmoedigen.

Dat er beklaagden als ‘neutrale’ toeschouwers aanwezig zouden zijn geweest werd in deze door de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig bevonden.  Elk van de aanwezigen heeft door zijn gedragingen een niet te ontkennen invloed gehad op het verloop, de duur en de intensiteit van de gevechten.

Alle beklaagden werden vervolgd voor bendevorming, hetzij als aanstoker tot, hoofd van of bevelvoerder in de bende, hetzij als lid van de bende. De hier geviseerde ‘bende’ is de vereniging gevormd met het oog op het houden van freefights.

De rechtbank is van oordeel dat de beklaagden wetens en willens deel uitmaakten van een groep die zich naar de plaats delict verplaatsten met het oog op een groepsgevecht. Zij hebben (op enkele gevallen na) bewust niet ingegrepen wanneer er slagen werden toegebracht aan een tegenstander.

De beklaagden hebben zich met elkaar verbonden met het oog op het plegen van aanslagen op personen, in het bijzonder het opzettelijk en met voorbedachten rade toebrengen van slagen of verwondingen. De vereniging was gestructureerd, waarbij de betrokkenen verschillende rollen op zich namen: het organiseren van freefights, het deelnemen eraan, het aanmoedigen van de deelnemers, het optreden als scheidsrechter of het audiovisueel registreren van de freefights.

De rechtbank heeft wel rekening gehouden met de concrete rol van elke individuele beklaagde bij elk feit in het kader van de straftoemeting.